In de Nederlandse metaal- en technieksector is de kogel door de kerk: werkgevers en vakbonden hebben woensdag een akkoord bereikt over een nieuwe cao. Terwijl in de polder de focus ligt op koopkracht en duurzame inzetbaarheid, richt de internationale blik zich op China. Daar maakt de staalindustrie zich op voor een grootschalige technologische inhaalslag, ondanks een haperende markt.
Na taaie onderhandelingen kunnen de vlaggen uit bij de circa 30.000 werkgevers en 340.000 werknemers in de Nederlandse metaal- en technieksector. De nieuwe cao, die een looptijd heeft van twee jaar tot 1 februari 2028, voorziet in een structurele verbetering van de lonen. Per 1 maart van dit jaar stijgen de salarissen direct met 3 procent. Een jaar later, op 1 maart 2027, volgt een nominale verhoging van 115 euro per maand.
Die tweede verhoging komt gemiddeld eveneens neer op 3 procent, maar pakt door het vaste bedrag procentueel gunstiger uit voor de lagere inkomens. “Dat is een goede zaak”, stelt Johann Honders van vakbond CNV tevreden vast. Naast de loonplus kunnen werknemers in november rekenen op een eenmalige bruto-uitkering van 132 euro en wordt de vakbondscontributie volledig vergoed.
Zwaar werk en taaie gesprekken
Een belangrijk discussiepunt aan de onderhandelingstafel was de regeling voor vervroegd uittreden (RVU). Afgesproken is dat deze wordt voortgezet, al moet de exacte invulling nog vorm krijgen. In het eerste halfjaar gaan de partijen gezamenlijk de definitie van ‘zwaar werk’ vaststellen. Dit is cruciaal om te bepalen wie er in 2027 daadwerkelijk in aanmerking komt voor de uitkering, zo meldt werkgeversorganisatie FWT.
De weg naar dit akkoord was allerminst eenvoudig. “Het waren geen gemakkelijke onderhandelingen”, blikt Peter Reniers, bestuurder van FNV Metaal, terug. Volgens hem lagen er aanvankelijk diverse verslechteringen op tafel. “Maar die hebben we allemaal kunnen wegpoetsen. We zijn tevreden met dit onderhandelingsresultaat.” Het woord is nu aan de leden, die nog over het akkoord moeten stemmen.
Chinese innovatieslag
Terwijl de Nederlandse sector zich richt op arbeidsvoorwaarden, staat de Chinese staalindustrie aan de vooravond van een ingrijpende transformatie. Volgens Mao Xinping, academicus aan de Chinese Academy of Engineering, moet de sector in 2030 een wereldwijde koploper zijn op het gebied van hoogwaardig staal en koolstofarme technologie.
Tijdens een conferentie in Peking schetste Mao de doelen voor het komende Vijfjarenplan (2026-2030). De focus ligt op kwaliteit en onafhankelijkheid: cruciale staalproducten voor grote nationale projecten en hoogwaardige apparatuur moeten volledig in eigen beheer geproduceerd kunnen worden. Daarnaast wordt er zwaar ingezet op verduurzaming. Door de brede toepassing van groene metallurgische technologieën moet de CO2-uitstoot met 20 procent dalen ten opzichte van 2020. Grote staalproducenten zullen hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling naar verwachting met meer dan 10 procent opschroeven.
Marktverschuivingen en overcapaciteit
Deze ambitieuze plannen worden echter gelanceerd in een markt die onder druk staat. “De staalmarkt wordt nog steeds gekenmerkt door een ruim aanbod en een zwakke vraag, waardoor de onbalans tussen vraag en aanbod verder toeneemt”, waarschuwt Zhao Minge, voorzitter van de China Iron and Steel Association (CISA).
De cijfers liegen er niet om. In 2025 daalde de Chinese productie van ruw staal met 4,4 procent naar 961 miljoen ton, terwijl de consumptie zelfs met 7,1 procent terugliep. Interessant is de structurele verschuiving in afnemers. Voor het eerst verbruikte de maakindustrie meer staal dan de bouwsector. Het aandeel van de bouw daalde van 58 procent in 2020 naar 49 procent in 2025, terwijl de maakindustrie groeide naar 51 procent.
Volgens Zhao zullen traditionele sectoren zoals machinebouw, de auto-industrie en scheepsbouw zorgen voor stabiele groei, maar komt de nieuwe impuls vooral uit opkomende markten zoals nieuwe energie, kunstmatige intelligentie en de ‘laagvliegende economie’ (drones en luchttaxi’s).
Export aan banden
De binnenlandse overcapaciteit heeft geleid tot een explosieve groei van de Chinese staalexport; de uitvoer van staalplaten is sinds 2020 zelfs meer dan verdubbeld. Om deze stromen in goede banen te leiden en handelsfricties te voorkomen, heeft de Chinese overheid ingegrepen.
Sinds 1 januari geldt er weer een licentiesysteem voor de export van bepaalde staalproducten, een maatregel die in 2009 werd afgeschaft. Volgens Xiao Lu van het Ministerie van Handel is dit systeem niet bedoeld om de export te blokkeren, maar om realtime monitoring mogelijk te maken. Hiermee kan de overheid sneller inspelen op fluctuaties en zorgen voor een betere afstemming tussen handels- en industriebeleid.